Meditatie: een veilige woning

EEN VEILIGE WONING

De eeuwige God is voor u een woning… Deuteronomium 33 : 27

Van echte woningnood is in ons land amper sprake meer. Gelukkig maar! Toch moeten jonge stellen soms lang zoeken, eer ze een geschikt huis vinden. Een goede woning is veel waard. In het eigen huis is geborgenheid. Het maakt een groot verschil, waar je vertoeft bij een onweersbui, buiten in het open veld of bij de kachel in je eigen woning.

Geloof maar dat de Israëlieten ernaar uitgezien hebben. Na het jarenlange zwerven door de woestijn, verlangden ze hevig naar een vaste verblijfplaats en naar een stevig dak boven het hoofd. Welnu, dat zou niet lang meer duren. Nog even, dan zullen de poorten van Kanaän voor hen opengaan en zal iedere stam, iedere familie zijn eigen stuk grond krijgen.

Alleen, zijn ze er dan? Een eigen huis, een goed inkomen is dat voldoende? Nee, weet Mozes, de man Gods. En daarom zegent hij hen, alvorens zij de grens overtrekken. ‘De eeuwige God is voor u een woning’. Mozes bidt hen toe dat ze niet alleen een huis van hout of steen zullen hebben, maar dat ze bovenal zullen schuilen bij de almachtige God. Dan pas zijn ze werkelijk veilig.

Wij staan ook weer bij een grens. Een nieuw jaar ligt voor ons. Wat zal het ons brengen? Hoe zal het gaan? In ons persoonlijk leven, in de wereld rondom ons? Er zijn genoeg dingen die zorg geven. Misschien hebben we ook zo onze eigen wensen en plannen. Laten we één ding niet vergeten. Wie deze God niet tot zijn woning heeft, mist het allerbelangrijkste. Wie leeft zonder God, staat onbeschut tegen de stormen van het leven.

Mogen ook wij bij Hem schuilen? Jazeker, als we maar nooit vergeten waarom dat mogelijk is. Omdat er Eén geweest is die Gods woning verlaten heeft. Christus Jezus. Had Hij een schuilplaats? Nee, Hij was een dakloze, een zwerver op de aarde. Hij had geen plaats om geboren te worden, geen plek om te sterven. Om zo voor ons plaats te bereiden in het Vaderhuis met de vele woningen. Ziende op Hem kunnen we met vertrouwen het nieuwe jaar in.

VDM

Dagboek: Gods weg met mensen.
www.boekencentrum.nl

Print Friendly, PDF & Email

Meditatie: DE AANBIDDING

DE AANBIDDING 

…en neervallende hebben zij Het aanbeden…   Mattheüs 2:11

Wie een kwart eeuw geleden een boekwinkel binnenstapte om een boek te kopen over astrologie, werd waarschijnlijk wat vreemd aangekeken.
Vandaag aan de dag is het heel anders. Iedere flinke zaak biedt een keur van titels over sterrenwichelarij, waarzeggerij, toekomstvoorspelling en alles wat daarna samenhangt. De horoscoop in diverse bladen wordt gretig gelezen en talloze meisjes lopen met een sterrenbeeld om de hals.
Er is in onze tijd een geweldige hang naar het bovennatuurlijke. Terwijl veel kerken in het Westen leeglopen, rukken de Oosterse godsdiensten gestaag op!
Toch kunnen al deze dingen ons leven niet vervullen. Dat zien we duidelijk in de geschiedenis van de wijzen uit het Oosten. Het werkelijke geluk vinden zij niet in hun magische praktijken, maar in de aanbidding van het Kind in Bethlehem. Hoewel…het zou me niets verbazen als ze aanvankelijk diep teleurgesteld waren. Immers, wat vinden ze? Een paar eenvoudige mensen. Een timmerman met zijn jonge vrouw en hun kind dat er wat armoedig bijligt.
Hebben ze daar die hele reis voor ondernomen? Was dat het doel waarheen de ster hen al die tijd geleid had?
Inderdaad, het ongeloof ziet niet veel in Jezus. Eerder een kermiskind dan een Kerstkind. Maar wie zich door de Heilige Geest laat bijlichten, mag meer ontdekken: dit is de Koning der Joden. De Zaligmaker der wereld.
In Hem is alles wat wij nodig hebben voor leven en sterven. Misschien vraagt u: Waar is Hij vandaag te vinden? Hij lijkt in onze tijd verder weg dan ooit. Was er in mijn leven ook maar zo’n heldere ster die me de weg wees.
Meent u dat werkelijk? Wij zijn toch veel beter af dan die magiërs. Wij hebben zesenzestig sterren die ons willen voorgaan. Al de Bijbelboeken wijzen ons immers heen naar dit Kind! U hoeft niet bang te zijn, dat u Hem geen dure geschenken kunt aanbieden. Een verbroken hart en een verbrijzelde geest zijn de offers die Hem het meest behagen.
Eén ding is zeker: wie Hem vindt, zal Hem ook willen aanbidden. Hij, de Vorst der aard’ is die hulde meer dan waard.

VDM

 

Print Friendly, PDF & Email

Meditatie: geladen woorden

GELADEN WOORDEN

Alle dingen zijn mij mogelijk door Christus, Die mij kracht geeft  (Fil. 4: 13). 

Ik luister naar woorden die klinken uit de gevangenis. Ik geloof echter mijn eigen oren niet. Kort en goed komen die woorden van de gevangen Paulus immers hierop neer: ‘Ik kan alles’… 

Die drie woorden van de apostel Paulus zetten mij aan het denken. Wat een spierballentaal, zeg. Blijkbaar heeft Paulus nog niet zo bijster veel geleerd in het leven. Het klinkt eigenlijk best arrogant. Het moet je allemaal maar eens bij de handen afbreken…

Het verband van de tekst tempert mijn irritatie echter enigszins. Die Paulus geeft namelijk aan wel degelijk iets geleerd te hebben in het leven: ‘In elk opzicht en in alles ben ik ingewijd, zowel in verzadigd te zijn als in honger te lijden, zowel in overvloed te hebben als in gebrek te lijden’ (12). Verder klinken de tekstwoorden toch weer heel anders wanneer ik bedenk dat ze zijn opgeschreven in de gevangenis…

Wat bedoelt deze gevangen apostel dan met deze op het eerste gehoor toch wat stoer klinkende woorden?

Het zijn woorden uit het leven gegrepen. Ik hoor hem namelijk zeggen, dat hij geleerd heeft om tevreden te zijn in de omstandigheden waarin hij verkeert (11). Nee, dan gaat het niet slechts om de aangename omstandigheden. Paulus wil mij niet op de mouw spelden dat christen-zijn één grote successtory is. Die woorden uit de gevangenis beslaan kennelijk het leven in zijn volle breedte. Ze gaan over het leven met zijn hoogten en zijn diepten.

Opeens bedenk ik: Die op het eerste gehoor toch wat stoer klinkende woorden bevatten dan ook voor mij een actuele boodschap…

Het Griekse werkwoord voor ‘kunnen’ is afgeleid van het Griekse woord dat vertaald wordt met ‘kracht’. Eerlijk is eerlijk: Bij een oppervlakkige lezing lijkt het erop dat Paulus beschikt over een of andere innerlijke krachtbron waarover hij beschikking heeft in welke omstandigheid dan ook. Niets is echter minder waar. De woorden uit de gevangenis brengen mij immers op het spoor van die krachtbron. Ik luister immers verder: ‘Alle dingen zijn mij mogelijk door Christus Die mij kracht geeft’. Die krachtbron is dus een persoon: Het is de opgestane Heere.

Dat verandert de zaak. Die woorden uit de gevangenis zijn gespeend van elke vorm van hoogmoed en arrogantie. De apostel doet eigenlijk maar één ding: Hij geeft hoog op van Zijn Zaligmaker. En van Zijn kracht. In de gedurige gemeenschap met Hem mag hij die kracht steeds weer opdoen. En dat met het oog op alle levensomstandigheden: hoogtepunten en dieptepunten. Niet: Ik kan alles. Maar: Hij kan alles.

Ik leg mijn leven naast het leven van Paulus… Het is totaal anders en toch zijn er zoveel overeenkomsten. Ook ik mag mijn hele leven in de gedurige gemeenschap met mijn Zaligmaker. Om voortdurend hoog op te geven van Hem. Niet ik, maar Hij! Elke dag en in alle omstandigheden…

Die woorden uit de gevangenis zijn echter ook geladen woorden. Geladen met de opstandingskracht van Christus. Die kracht dringt mij om tevreden te zijn. Nee, dat heeft niets te maken met een doffe berusting. Die opstandingskracht van Christus dringt mij om het uit te houden. Zowel op hoogtepunten als in dieptepunten. Ik houd het uit door mij in de allereerste plaats rijk te rekenen met Hem. De opgestane Christus werpt zo een schaduwzijde over alle zegeningen in mijn leven. Hoe gezegend ik mij ook weet; ik weet mij bovenal gezegend door Hem. Tegelijkertijd werpt de Opgestane een lichtglans over alle zorgen in mijn leven. Niets zal mij scheiden van Zijn grote liefde.

Het geheim van het leven van Paulus is dat zijn leven een voortdurende Paasviering is…

Ik heb die woorden uit de gevangenis meer dan ooit nodig. Die geladen woorden dringen mij om de gemeenschap met Christus meer dan ooit te oefenen. Om zo steeds aangesloten te zijn op de krachtbron. En dat tot volle tevredenheid!

Ds. L.W. den Boer.

Print Friendly, PDF & Email

Meditatie: Gaan voor God in plaats van gaan voor goud!

Gaan voor God in plaats van gaan voor goud!

“Maar ik oefen mijn lichaam op harde wijze en maak het dienstbaar, opdat ik niet misschien, na anderen gepredikt te hebben, zelf verwerpelijk word.”

1 Cor. 9:27

Het lijkt me niet dat Paulus veel aan sport gedaan heeft. Daar had hij gewoonweg geen tijd voor. In dit hoofdstuk vertelt hij immers dat hij zich ingespannen heeft om het Evangelie te verkondigen en dat hij met zijn eigen handen de kost heeft moeten verdienen. Nacht en dag heeft hij dus moeten werken. Hij heeft dat trouwens met liefde voor God en de mensen gedaan. Elders lezen we in zijn brieven dat de lichamelijke oefening van weinig nut is, maar dat de godsvrucht nuttig is voor alle dingen, omdat zij de belofte van het tegenwoordige en van het toekomende leven heeft. Paulus zelf zal dus niet zo’n grote sportbeoefenaar geweest zijn.

Hij gebruikt in ons tekstgedeelte en ook wel op andere plaatsen wel voorbeelden ontleend aan de sportwereld. Er werden nogal wat sportmanifestaties gehouden in Griekenland. Eén keer in de vier jaar had men tot 394 na Christus de Olympische spelen. Daarna zijn zij een tijd onderbroken. Verder had je in Corinthe één keer in de twee jaar de Isthmische spelen. Dat waren wedstrijden in de atletiek. Al lang voor de geboorte van Christus waren deze een nationale Griekse gebeurtenis. De mensen aan wie de apostel schrijft kunnen dus zijn beeldspraak evenals vandaag heel goed begrijpen.

De apostel gebruikt deze voorbeelden met een bepaald doel. Sportbeoefenaars doen er immers ontzettend veel voor om een bladerenkrans in de wacht te slepen. Toch is die krans na een paar weken verdord. Wat doen mensen er al niet voor om kampioen te worden en een medaille in de wacht te slepen. Men gaat voor goud. Wat kunnen ze er dan mee doen? Ze kunnen er niet eens de kost mee verdienen. Een paar jaar later moeten ze hoogstwaarschijnlijk weer plaats maken voor een ander. Met het sterven moeten ze in ieder geval alles achter laten, ook al zouden we nog zo veel bekers in de vitrine hebben staan of medailles in de kast hebben liggen. Al dat goud is slechts klatergoud. “Zij nu doen dat om een vergankelijke krans te ontvangen,” zegt Paulus.

“Maar wij doen dat een onvergankelijke krans te ontvangen,” horen we hem ook zeggen. Dat is de doelstelling die ieder christen voor ogen moet houden. Juist dat gróte doel mag ons aansporen te volharden tot het einde en getrouw te zijn tot de dood. Op deze wijze krijgt de doelstelling vermanende kracht. Van hoeveel meer waarde is immers de erfenis voor degenen die de renbaan van Christus lopen! “Het is een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkbare erfenis, die in de hemelen bewaard wordt voor u, ” schrijft de apostel Petrus. Door de Heilige Geest gaan we zoeken de dingen die boven zijn, waar Christus Jezus is, zittend aan de rechterhand Gods. Hij is voor ons meer waard dan het fijnste goud op aard’.

Op een renbaan rennen we niet in het wilde weg. We hebben de finish voor ogen. Als we aan het boksen zijn – ook dat beeld gebruikt de apostel zelfs in vers 26b – slaan we toch ook niet zo maar in de lucht. We hebben toch het doel de ander te overwinnen. Het moet er ons in de gemeente om gaan dat mensen voor Christus gewonnen en bij Hem gehouden worden. Het is dan toch niet te veel gevraagd van gelovige gemeenteleden zich in te zetten voor de arbeid in Gods Koninkrijk? Daarom nodigen wij u uit om te lopen op de renbaan van Christus. Om je uiterste best te doen in de wetenschap dat de Heere er gebruik van wil maken.

Hoe houden we het vol? Door te zien op de Overste Leidsman en Voleinder van het geloof. Hij zit nu aan de rechterhand van God. Hij is de strijd te boven. Hij heeft alle macht ontvangen in hemel en op aarde. Hij zal met ons zijn in het strijdperk van dit leven alle de dagen tot de voleinding der wereld. Dat heeft Hij beloofd. Zijn kracht wordt in onze zwakheid volbracht. Daar zal Hij voor zorgen.

Wat de apostel reeds gezegd heeft, geldt voor alle gemeenteleden. Daartoe worden we geroepen! Maar aan het eind noemt hij nóg eens die grote doelstelling om zichzélf ertoe aan te sporen. Waarom trotseert hij alle moeiten en zorgen en let hij niet op vermoeidheid en pijn? Wat horen we hem zeggen: “Opdat ik niet misschien, na anderen gepredikt te hebben, zelf verwerpelijk word.” Het zou toch vreselijk zijn eens als een ontrouwe dienstknecht aangemerkt te moeten worden. Anderen opgeroepen te hebben tot de wedstrijd en zelf uitgeschakeld te worden. Ook voor Paulus is het geen vanzelfsprekende zaak. Hij heeft ook nog voortdurend de strijd tegen de zonde en het eigen vlees. Zijn ambtelijk werk wordt straks ook door het vuur beproefd en dan wordt het duidelijk of het wat te betekenen heeft gehad. Vreselijk zou het zijn als het dan die proef niet zou kunnen doorstaan. Ben ik slechts een wegwijzer, een paal langs de weg of loop ik óók mee en mag ik door Gods genade zelfs voor de kudde uitgaan om de weg te wijzen en mee te trekken? Denken we daar wel eens aan ambtsbroeders? Op deze wijze komt ons ambtswerk een keer in het gericht. Laten we het maar goed voor ogen houden. Het zal ons hele bezig zijn stempelen. Loopt dan met dat duidelijke doel die prijs te ontvangen! Ga niet voor goud, maar ga voor Gód!

Geweldig is het de apostel aan het einde van de baan te horen zeggen: “Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop tot een einde gebracht. Ik heb het geloof behouden. Verder is voor mij weggelegd de krans van de rechtvaardigheid die de Heere, de rechtvaardige Rechter, mij op die dag geven zal. En niet alleen mij, maar ook allen die Zijn verschijning hebben liefgehad.” 2 Tim. 4:7,8. Hij steekt het hoofd omhoog en weet het de erekroon te zullen dragen, maar dan alleen door Hem, door Hem alleen om het eeuwig welbehagen! En wat doen we dan met die kroon? We nemen deze en werpen die neder aan de voet van de troon van God en van het Lam en spreken het uit: “U bent waardig te ontvangen de dankzegging en de eer en de heerlijkheid tot in der eeuwigheid!”

Ds. H. Roseboom, Kesteren

Print Friendly, PDF & Email

Meditatie: een gebed om zekerheid

Een gebed om zekerheid
Leid mij op een rotssteen, die mij te hoog zou zijn (Psalm 61: 3b).

David bidt.

David verlangt naar leiding in zijn leven. David is op zoek naar een rotssteen.

De leiding waarnaar David verlangt zou hem op die rotssteen moeten brengen.

Een rotssteen staat symbool voor zekerheid.

Ik moet denken aan de gelijkenis over het huis op het zand en het huis op de rots. In tegenstelling tot het huis op het zand staat het huis op de rots: Onwankelbaar vast.

Geen twijfel mogelijk. Zo zeker als het maar zijn kan.

Een rotssteen staat symbool voor zekerheid.

Leid mij op een rotssteen…

David verlangt naar een rotssteen. Naar een fundament. Naar grond onder de voeten.

David is op zoek naar zekerheid. Wie eigenlijk niet?

Een mens wil de dingen in de vingers hebben. Een mens wil grip op de dingen hebben. Een mens wil weten waar hij of zij aan toe is.

Als het erop aankomt zijn er niet zo veel zekerheden… Als het erop aankomt vallen er ontzettend veel zekerheden weg…

David denkt bij de rotssteen aan niemand minder dan God Zelf. David bidt immers in het volgende vers: ‘Want Gij zijt mij een Toevlucht geweest, een sterke Toren voor de vijand’.

God is voor David als een rotssteen. God is voor David het fundament van zijn bestaan. God is voor David de grond onder zijn levenshuis.

Davids levenshuis is niet op zand gebouwd. Davids levenshuis is gebouwd op de rots.

Het is opvallend dat David in dit gebed juist vraagt om weer op de rotssteen geleid te worden.

Er zijn blijkbaar omstandigheden in zijn leven gekomen waardoor de dingen anders zijn gegaan. Met alle gevolgen van dien…

Opeens mist David die rotssteen. Opeens heeft David geen zekerheid meer. Opeens is David de grond onder zijn levenshuis kwijt.

Het gebed van David is een eerlijk gebed. David brengt zijn onzekerheid bij God.

David is niet degene die nu zelf allerlei zekerheden gaat creëren. David is ook niet degene die zijn onzekerheid gaat overschreeuwen. Zo van: ‘Niemand doet me wat!’

Ondanks het gemis van die rotssteen blijft David geloven dat God het fundament van zijn leven is.

Al mist hij voor zijn gevoel dan alle zekerheid. Al lijkt het erop dat zijn levenshuis eerder op het drijfzand dan op de rotsgrond gebouwd is.

Dit is het geloof op zijn best: Ondanks alles vasthouden aan God.

Ik denk trouwens dat dit gebed van David zeker verhoord is. Het kan niet anders of David is door leiding van hogerhand weer op de rotssteen geleid.

Na Psalm 61 komt immers Psalm 62. Luister maar:

Immers is Hij mijn Rotssteen en mijn Heil, mijn Hoog Vertrek, ik zal niet grotelijks wankelen (62: 3). Hij is immers mijn Rotssteen en mijn Heil, mijn Hoog Vertrek; ik zal niet wankelen (62: 7). In God is mijn Heil en mijn Eer; de Rotssteen mijner sterkte, mijn Toevlucht is in God (62: 8).

David heeft ook mij iets te zeggen: Vertrouw op Hem te aller tijd, o gij volk! Stort ulieder hart uit voor Zijn aangezicht; God is ons een Toevlucht (62: 9).

Het lijkt er een beetje op dat David weet dat het ook vandaag voor kan komen dat zomaar opeens de onzekerheid in het leven toeslaat.

Ik heb niets meer in de vingers… Ik heb geen grip meer op de dingen… Ik weet niet meer waar ik aan toe ben…

David wijst mij in deze situatie de weg. David adviseert mij op zijn voorbeeld op te volgen. Om op God te vertrouwen. Om mijn hart voor Hem uit te storten. Kortom: om het gebed te bidden: Leid mij op een rotssteen die mij te hoog zou zijn.

Om op deze wijze het geloof te beoefenen. Net als Jakob: Ik laat U niet gaan, tenzij Gij mij zegent.

David en alle gelovigen beschikken niet over de Rotssteen… Uiteindelijk is dat maar goed ook.

Gelukkig is het precies andersom: De Rotssteen beschikt over David en over alle gelovigen.

Hij is de Rotssteen Wiens werk volkomen is.

Ds. L.W. den Boer

Print Friendly, PDF & Email

Meditatie: Hinken op twee gedachten

Hinken op twee gedachten

Toen kwam Elia naar voren, bij heel het volk, en zei: Hoelang hinkt u nog op twee gedachten?……(1 Koningen 18:21a)

Elia’s vraag aan Israël is een haarscherpe diagnose. Het volk hinkt op twee gedachten. Eigenlijk: gaat aan twee kanten mank. Israël maakt een zigzag beweging tussen God en Baäl. Terwijl de Heere een rechte lijn van haar vraagt. Een leven waarin Hij de Enige voor zijn volk is. Baäl heeft een sterke zuigkracht. Je kunt je in zijn dienst uitleven. Seksuele uitspattingen zijn meer regel dan uitzondering.

Het geraffineerde is dat de Baälcultus in de dienst van de Heere wordt ingebouwd. Een list van de boze. We behoeven van de duivel echt niet te breken met de levende God. Als we naast Hem maar ruimte geven aan de afgoden.

Wat is er ook nu veel gezig-zag. Juist binnen de gemeente. Tussen de zondag en de maandag bijvoorbeeld. Op de dag des Heeren meelevend. Maar in de week vind je er weinig van terug. Of enerzijds ons heil bij de Heere zoeken. Maar anderzijds op onze eigen inspanningen vertrouwen.

Of een weg zoeken tussen de brede en smalle in en ondertussen noch tegen nog van harte voor Christus zijn. Een zondige onbeslistheid. Vergeet u niet: halfslachtigheid is een invalspoort voor de boze. Daar wordt de kerk van binnenuit door uitgehold. Gezinnen glijden weg. En het geloofsleven verliest zijn kracht.

Elia vraagt: ‘Hoe lang moet dat nog door gaan?’
Daar zit iets van een ultimatum in. Maken we daar ernst mee? We kunnen niet aan het hinken blijven. De Heere neemt dat niet. Elia zet de zaak op scherp.

‘Hoe lang….?’
Deze vraag is een scherpe pijl die de Geest doet doorstoten in ons hart. Valt u er voor? Juist het geloof wordt door deze vraag gevloerd. Eens en steeds weer opnieuw. Als u dan maar met uw nood vlucht naar Christus, die nooit heeft gehinkt, maar zijn Vader diende met een ongedeeld hart.

Hij doet u van harte kiezen tegen Baäl en voor de Heere.

VDM

Bron:
Dagboek: Gods weg met mensen.
(drs. M. van Campen /ds. J.C. Schuurman)
www.boekencentrum.nl

 

Print Friendly, PDF & Email

Meditatie: Vakantie!?

“Ik zeg dit niet alsof het Woord van God vervallen is.”   (Romeinen 9: 6)

Het Woord van God is onze enige houvast in deze woelige tijd. We horen van aardverschuivingen, zware regenval en bosbranden. De economische crisis treft juist die mensen die het al zwaar hebben. Waar moet je nu rust vinden voor je ziel?
Velen zoeken de rust in hun vakantie, ze hebben lang gespaard om die verre reis te maken. Ze denken dat ze rust vinden in Turkije of Egypte, als het maar ver genoeg is.
Toch is het maar rust voor even. Thuis gekomen komt alles weer op je af; de rekeningen liggen op de mat, de problemen komen weer in alle hevigheid op je pad.
Vakantie vieren is voor velen een ‘schijnrust’, een zoeken naar een ‘kick’ die eventjes duurt, een zoeken naar afleiding.
Er is niets op tegen om op vakantie te gaan, het kan de nodige rust geven. Maar de echte rust is alleen te vinden in het Woord van God, in Jezus.

‘Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven. Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht.’  (Mattheüs 11: 28-30)

Echte rust is alleen bij Hem te vinden!
Er zijn ook mensen die op vakantie gaan en rust nemen van de dienst aan God.
In de vakantie nemen ze het niet zo nauw met Zijn regels en van bidden en Bijbel lezen komt niet zo veel; ‘dat komt na de vakantie wel weer’.
Dat is pas echte ‘schijnrust’. Een vakantie is zo weer voorbij en al gauw een herinnering die nog bestaat in foto’s of video’s.
Maar het Woord van God houdt altijd stand, houdt voor eeuwig zijn waarde!
Daarom; ook in de vakantie is het goed om Zijn Woord te lezen en te overdenken, en niet alleen op de zondag.
Gods Woord kan u kracht geven in moeilijke tijden,
Gods Woord geeft u echte rust.

Print Friendly, PDF & Email

Meditatie: hartbewaking

Hartbewaking

Behoed uw hart bovenal wat te bewaren is, want daaruit zijn de uitgangen des levens.
‘Spreuken 4: 23’

De afdeling hartbewaking in een ziekenhuis. Met grote zorg wordt erover de patiënten gewaakt. Vierentwintig uur per etmaal. Geen moment mag de aandacht verslappen. Er hangt teveel van af.

Salomo heeft het ook over hartbewaking. De Schrift bedoelt met het hart de kern van ons leven. Anders gezegd: het stuurhuis, de commandokamer van waaruit de lijnen worden uitgezet. In ons hart wordt beleid gemaakt. Het is het directiecentrum van ons bestaan dat bewaakt moet worden.

‘Bovenal bewaakt’, zegt Salomo. Er moet dus meer worden bewaakt. Meteen na de tekst worden onze mond, onze ogen en onze voeten genoemd. U mag ook denken aan onze handen en onze oren. De uitgangen van het leven, die vanuit ons hart worden gedirigeerd.

Als mijn mond onoprecht is, komt er iets openbaar in mijn hart. En als mijn ogen de zonde zoeken, dan zegt dat meer over mijn hart dan over mijn ogen. Wie alleen zijn voet bewaakt of krampachtig zijn best doet om geen zondige klanken te horen, doet om zo te zeggen aan symptoombestrijding. Maar de eigenlijke kwaal wordt niet aangepakt. Daarvoor moeten we bij ons hart zijn.

Behoed het! Dat wil in de eerste plaats zeggen dat ik mijn hart aan de Heere verlies. Dat Hij het verovert door zijn Woord en Geest, opdat het tot een vernieuwing van mijn hart komt. Want van nature is het een bron van wanbedrijven. Jezus heeft er in Mattheüs 15: 19 het nodige van gezegd: boze bedenkingen, doodslagen….

Maar ook ín het leven van het geloof blijft bewaking nodig. Continu! Een biddend leven waarin we ons hart dagelijks aan de Heere toewijden. Hem smeken om de vervulling van zijn Geest. Ons hart wordt constant door de boze belaagd.

Daarom: denk om uw hart. Als dát goed wordt bewaakt, worden vanzelf ook uw mond, ogen, enzovoort behoed.
Juist nu…vandaag, morgen en het verdere van ons aardse leven.

VDM

Dagboek: Gods weg met mensen.
(dr. M. van Campen / ds. J.C. Schuurman)
www.boekencentrum.nl

Print Friendly, PDF & Email

Meditatie: Herkenning

Herkenning

De discipel dan, dien Jezus liefhad, zeide tot Petrus: Het is de Heere!….Johannes 21 : 7

Wanneer kwamen de discipelen erachter dat het hun Meester was die daar op de oever stond? Nadat ze op zijn bevel het net hadden uitgeworpen aan de rechterzijde en het wonder van die kolossale visvangst gebeurd was.

Vandaag is het niet anders. Veel jonge mensen zitten met de vraag naar de aanwezigheid van Jezus. Ze voelen zich even ontredderd en verlaten als de discipelen na Pasen. Hij lijkt zo onherkenbaar, zo ver en vaag temidden van het gebeuren in deze wereld en in hun eigen leven. Waar is Hij toch? Waar vind ik Hem?

Het antwoord is klip en klaar: waar ik het leer wagen met zijn Woord alleen. Dan kan er heel wat zijn dat we met ons verstand niet klein kunnen krijgen. Veel van wat de Bijbel zegt, lijkt haaks te staan op alles wat onze ogen zien. Even onlogisch en onwezenlijk als de opdracht om het net aan de rechterzijde uit te werpen. Waar het roer zit! Zoiets deed een visser niet. Dat druiste in tegen alle visserslatijn.

En toch…

Wie op het Woord verstandig acht geeft, zal het goede vinden. Die vindt Jezus zelf. De levende Heere. De Kurios, die alle macht heeft in hemel en op aarde. En in Hem alles wat nodig is voor leven en sterven. Vergeving van zonden. Vrede voor het hart. Vernieuwing van het leven. Verwachting voor de toekomst.

‘Het is de Heere’. Machtige ontdekking. Dat zal de één sneller zien dan de ander. Johannes herkent Hem het eerst. Zelfs Petrus, die altijd vooraan stond en voorop ging, heeft langer tijd nodig. Dat is geen toeval. Johannes, de man van de intuïtie, de discipel die door de dingen heen ziet (Johannes 20 : 8). Herkende hij zijn Meester aan de wonderlijke verbinding van bevel en belofte? Die twee gaan bij Jezus immers altijd samen. Alle mogelijke tirannen en heersers zeggen: ‘Je moet dit en je zult dat’.

Maar bij Jezus is het: ‘Werpt het net aan de rechterzijde en u zult vinden. Bidt en u zult gegeven worden. Klopt en u zult worden opengedaan. Hoort en uw ziel zal leven’.

Wie daarop let, herkent Hem. En wie Hem gevonden heeft, zal ook graag anderen erop wijzen: ‘Zie toch, het is de Heere’.

VDM

Bron:
Dagboek: Gods weg met mensen.
(dr. M. van Campen / ds. L. van Wingerden)
www.boekencentrum.nl

Print Friendly, PDF & Email

Meditatie: VERVULLING MET DE GEEST

VERVULLING MET DE GEEST

En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest…
Handeling 2: 4

Pinksteren is het feest van de vervulling. Bij herhaling komen we het woord ‘vervullen’ tegen in dit hoofdstuk. De dag van het Pinksterfeest werd vervuld; het huis waar de discipelen bijeen waren, werd vervuld en tenslotte werden ook zijzelf vervuld met de Heilige Geest. Wat betekent dat nu precies? Het woord kan ons misschien op een dwaalspoor brengen. Bij vervullen denken we al gauw aan het volgieten van iets. Zoals je een glas helemaal tot aan de rand kunt laten vollopen met water. Zou het zo ook zijn met de Heilige geest? Toch niet!

In de Bijbel heeft vervullen te maken met: door iets beheerst worden, je er helemaal door laten leiden. In ons dagelijks spraakgebruik kennen wij dat trouwens ook wel. Een kind kan zo in de weer zijn met de komende verjaardag, dat het nergens anders meer aan denkt of over praat. Het is er helemaal vol van, zeggen we dan.
Wie vervuld raakt van de Geest van Pinksteren, wordt door die geest ook totaal in beslag genomen. Ons hele doen en laten, ons denken en spreken wordt er door bestempeld.

Het spreekt overigens niet vanzelf, dat het zo is in ons leven. Laten we eerlijk zijn. Van huis uit zijn we vol van heel andere dingen. Paulus waarschuwt ergens dat we niet vervuld mogen zijn van sterke drank (Ef. 5: 18). Die vermaning is nog altijd actueel. Hoewel het ook iets anders kan zijn, wat ons beheerst. Zo gemakkelijk draait alles om het hebben van mooie dingen en het genieten van onze liefhebberijen.

Vroeg of laat zullen we evenwel ontdekken dat al die zaken zeepbellen zijn, die uit elkaar spatten. Je houdt er niets aan over. Geen houvast, geen grond onder de voeten. We hebben de vervulling met de Heilige Geest nodig.

Eenmaal is die Geest uitgestort op de gemeente van Christus. Dat was het unieke en onherhaalbare gebeuren van Pinksteren. Maar nog altijd wil de Heilige Geest zijn intrek nemen in mensenharten en mensenlevens. Weet u wanneer? Waar ootmoedig gebeden wordt: ‘O Heilige Geest, kom tot uw heerschappij. Schenk een herleving en begin bij mij’.

VDM

Bron:
Dagboek: Gods weg met mensen.
(dr. M. van Campen)
www.boekencentrum.nl

Print Friendly, PDF & Email