Diac-Woord

De diaconie & de blijmoedige gever

Tekst: 2 Kor. 9: 7

En ieder doe, naardat hij zich in zijn hart heeft voorgenomen, niet met tegenzin of gedwongen, want God heeft de blijmoedige gever lief.

Gemeente van Jezus Christus,

Intro: Mijn vroegste herinnering aan de diaconie dateert van ongerveer   een halve eeuw geleden. Het was winter en het liep tegen de kerst.   Ik  logeerde bij een oom en tante in Zeeland.  Mijn  oom  was  diaken in de
hervormde kerk. Twee dagen voor  kerst  moest ik iets voor  hem doen. Ik moest bij iemand langs gaan om een envelop met inhoud in de bus te   doen. Dat  moest ongezien  gebeuren  en  dus  fietste  ik in het donker
naar het dorp en het aangewezen adres en deed de envelop in de bus.
In alle stilte was een gezin geholpen. Kolengeld was het, geloof ik.

1.    Het werk van de diaconie kende ik als kind ook uit een verhaal dat in de familie de ronde deed. Dat was minder positief, en of het helemaal waar was, al zal er wel een kern van waarheid in gezeten hebben. Het maakte mij in ieder geval bewust dat mensen niet graag hun hand ophouden.
Het verhaal is kort. Oma kreeg ondersteuning van de diaconie, want opa was maagpatiënt en  kon niet altijd werken. Oma kreeg, zo gaat het verhaal, een rijksdaalder steun per week. U begrijpt het was voor de oorlog en voor de invoering van de euro. Oma moest wel iedere week verantwoording afleggen wat ze met die rijksdaalder had gedaan. Ze werd dat zo beu, dat ze op een keer zoveel opnoemde dat ze had gekocht voor die rijksdaalder, dat de diaken zei dat dat niet mogelijk was. “Klopt”, zei oma, “en je hoeft niet meer met die rijksdaalder langs te komen…”
Het illustreert dat blijmoedig ontvangen in plaats van geven ook niet eenvoudig is…

2.    Onlangs kwam ik een beleidsplan tegen met daarin een schematische weergave van het gemeente-zijn.
Deze schematische weergave van het gemeente-zijn ziet er als volgt uit: er zijn vijf cirkels getekend. Een kleine in het midden, een wat grotere erom heen enz. Vijf cirkels en iedere cirkel vertegenwoordigt een onmisbaar deel van het gemeente van Christus zijn.
De vijf cirkels zijn als volgt benoemd: er is een vierende gemeente, een lerende gemeente, een pastorale, een diaconale en een missionaire.
Met vierende gemeente wordt bedoeld dat de gemeente samenkomt op de zondag en op andere dagen en dat zij dan viert hoe zij gemeente van Christus geworden is en staat in deze wereldtijd.
Met een lerende gemeente wordt aangegeven – denkend aan vanmorgen – dat de gemeente blijft bij het onderwijs van de apostelen.
Met een pastorale gemeente wordt dan aangegeven dat de gemeenteleden zorg voor elkaar dragen en dat is niet alleen de taak van de dominee of de ambtsdrager, maar van de hele gemeente.
Een diaconale gemeente is geroepen elkaar te dienen en bij te staan in materiele zaken, daarbij het oog gericht op de armen in kerk en samenleving.
Een missionaire gemeente is een gemeente die ervoor zorgt dat het evangelie ook uitgedragen wordt naar buiten. Het evangelie houd je niet voor je zelf, dat geef je door. Dat is wat de knecht met de vijf talenten doet en die met de twee: zij delen het evangelie met anderen en zo verdubbelt zich de vreugde.
Vieren, leren, pastoraal bezig zijn, diaconaal en missionair bezig zijn, dat zijn de vijf wezenskenmerken van de christelijke gemeente.

3.    Nu het spannende: wat is de kern van het gemeente-zijn en wat ligt daar direct omheen?
In het model van het beleidsplan dat ik zag is de kern de vierende gemeente. Ik kan daarin meegaan. Kern van het gemeente zijn is het vieren. De zondag zeg maar als de dag waarop de gemeente samenkomt rond Woord en sacrament, zoals vanmorgen. Dankbaar viert de gemeente dat zij in het leven is geroepen als het lichaam van Christus. In de vierende gemeente weer-klinkt ook het loflied voor Hem die trouw blijft tot in eeuwigheid. Horen we bemoedigende woorden en waar nodig ook vermanende. Daar klinken ook de gebeden.
Dat is de kern, maar wat zou nu in de tweede en andere cirkels geschreven moeten  worden? Wat volgt na vieren?
Is dat allereerst het leren, het onderwijs als verdieping van het vieren? Of moet dat het pastoraat zijn? Welke prioriteiten stellen we, wanneer we nadenken over de plaats van een en ander.
In het model dat ik onder ogen had wordt de vijfde, de buitenste cirkel gevormd door de zending, het missionair bezig zijn. Ik denk terecht. Op het laatst treedt de gemeente van Christus naar buiten, toegerust door vieren, onderwijs, pastoraat en diaconaat.
Dan blijven er drie over en welke van de drie ligt nu het dichtst bij de kern?
De lerende gemeente zou ik als tweede ring van buitenaf willen zien. Voor de gemeente missionair naar buiten treedt is het goed zich nog een keer te bezinnen op wie zij in Christus is.

4.    Nu blijven er nog twee kenmerken over die direct om de kern heen liggen: pastoraat en diaconaat.
Het wordt lastig, want diaconaat ligt dicht tegen het pastoraat aan. Niet voor niets wordt van oudsher van de diakenen verwacht dat zij pastoraal en troostend bezig zullen zijn in de gemeente. Armenzorg is vanouds meer dan met een geldzak rondgaan.
We kennen ook in onze gemeente de diaconaal-pastorale werkgroep, die gevormd wordt door mensen die gemeenteleden willen helpen een moeilijke tijd door te komen.
Diaconaat of pastoraat, welke van de twee ligt het dichtst bij de gemeente die het heil viert van Jezus Christus?
Waar uw voorkeur ligt weet ik niet, maar de mijne gaat uit naar het diaconaat en niet alleen omdat de diaconie vanavond meer aandacht krijgt dan gewoonlijk. Ik heb daarvoor een sterk argument, een woord van Jacobus, de broer van Jezus. Hij schrijft en is daarbij heel direct:
– Wat baat het, mijn broeders, of iemand al beweert geloof te hebben, als hij geen
werken heeft? Kan dat geloof hem behouden?
– Stel, dat een broeder of zuster gebrek heeft aan kleding en aan dagelijks voedsel,
en iemand van u zegt tot hen: Gaat heen in vrede, houdt u warm en eet goed,
zonder hen echter van het nodige voor het lichaam te voorzien, wat baat dit?
– Zo is het ook met het geloof: indien het niet met werken gepaard gaat, is het, op
zichzelf genomen, dood.
Hieruit zou ik willen afleiden de voorname plaats van de diaconie. In de bijeenkomsten van de gemeente kunnen we vieren wat we willen, maar als er geen vervolg is in praktische diaconale daden met het oog op die broeder of zuster die minder bedeeld is met aardse goederen dan wij, dan stelt dat geloof in verlossing en bevrijding niets voor! ‘Het is op zichzelf genomen dood.
Heldere taal van Jacobus en het brengt mij ertoe diaconaat direct te verbinden aan de vierende gemeente.
Een ander argument om de diaconie hoog in te schatten, komt uit Deut. 15.
Mild geven, de hand wijd open. Straks meer daarover.

5.    Om het dan nog even op een rij te zetten:
Kern van het gemeente-zijn is de viering. Daaromheen ligt de activiteit van het diaconaat, vervolgens het pastoraat, het onderwijs, en tenslotte, de buitenste ring, de zendingsopdracht van de gemeente. Wanneer we een beleidsplan zouden moeten schrijven voor onze gemeente is dit model van de vijf cirkels een helder uitgangspunt.
En tegelijk biedt het een goede basis voor de vraag waar u en jij zouden passen om een taak in de gemeente te vervullen. Is dat bij het pastoraat of juist bij de missionaire taak van de gemeente? Kortom, waar liggen uw en jouw gaven en gebruikt u ze al?
Nu moeten we oppassen voor een mogelijk misverstand. Het werk van diaconie is niet een afgesloten geheel, dat volkomen losstaat van de andere wezenlijke kernmerken van de gemeente. Geen gesloten cirkels!
We hebben al gezien dat het diaconaat voortkomt uit het verstaan van onze verlossing en bevrijding die we wekelijks vieren. Er mogen overlappingen zijn.
We hebben ook vastgesteld dat diaconaat en pastoraat geen aparte, losse afdelingen zijn.
Dat de toerusting van de gemeente en diaconaal werk niet los van elkaar staan ligt ook voor de hand.
Zendingswerk en diaconie tenslotte zijn evenmin elkaars concurrenten. Als het goed is, doortrekt het diaconale aspect van het gemeente zijn al de andere.

6.    Anno 2005 is diaconaal werk nog goed zichtbaar, op tenminste twee manieren.
1e.  Onlangs heeft minister Verdonk de kerken verweten dat zij te veel doet voor asielzoekers. Het blijkt namelijk dat tenminste een kwart van de diaconieën in ons land op de een of andere manier bij de opvang van asielzoekers betrokken is.
Je proefde uit  de woorden van de minister, dat ze liever had dat hun ondersteuning  ophield. Het geeft maar valse hoop…
Dat verwijt is een groot compliment voor de diakenen. Het betekent namelijk dat diakenen oog hebben voor mensen die er niet mogen zijn. Daarmee treden zij in de voetsporen van Jezus.
Tegelijk is zo bezig zijn uiting van zendingswerk dichtbij. Laat van de kerk maar gezien en gehoord worden, dat zij opkomt voor mensen in nood. Niet alleen ver weg, maar ook en juist dichtbij!
2e.  Ver weg helpen de diakenen ook. In de diaconale informatie krant kunt u dat allemaal nalezen. Daarin wordt toegelicht wat werelddiaconaat betekent. Dat behoef ik nu niet uit te leggen. Via KerkinActie helpen de diakenen hier broeders en zusters in nood elders.
Dichtbij of ver. Onze wereld is als een dorp geworden, zodat veel nood bekend wordt.

7.    De diaconie en de blijmoedige gever.
Genoeg over de diakenen. Nu de andere kant, de gevers. Zonder onze giften kunnen de diakenen hun taak niet verrichten en mensen in nood helpen. In de informatiekrant wordt dat met dankbaarheid vermeld.
Maar hoe zit het nu met die blijmoedige gever? Ik ken uit het N.T. tenminste één blijmoedige gever. U ook? Het is een weduwe en wat zij geeft wordt door Jezus gezien.
Zij gaf haar ganse levensonderhoud. Zij gaf het meeste van allen. Blijmoedig gaf zij, want zij vertrouwde op haar God.
Paulus besteedt in zijn tweede brief aan de Korinthiërs nogal wat aandacht aan de collecte voor Jeruzalem. Hij noemt dat dienst aan de heiligen. Dienst is in de oorspronkelijke taal van de bijbel diakonia. Je hoort ons woord diakonie erin. De heiligen zijn de Joodse leden van de moedergemeente in Jeruzalem. Daar is nog al wat armoede gekomen, mogelijk door een hongersnood.
De apostel spreekt over de collecte op de hem eigen wijze. Eerst zegt hij dat hij het overbodig vindt de Korinthiërs daarop aan te spreken.
Vervolgens besteedt hij er zoveel woorden aan dat je je niet aan de indruk kunt onttrekken dat er iets met die collecte aan de hand is. Wilden ze niet geven, omdat ze dachten dat Paulus het voor zichzelf wilde gebruiken? Verderop in de brief herinnert hij eraan dat hij hen niet persoonlijk heeft lastig gevallen.
Hoe het zij, de apostel spoort aan tot geven en hij doet dat met een spreekwoord, waarvan de herkomst onbekend is. Het is wel een helder woord: wie karig zaait, zal karig oogsten en wie mild zaait, zal mild oogsten.
Wat hij zegt doet wel denken aan Deut.15, in het bijzonder het  deel dat we gelezen hebben. Daar klinkt de opdracht de arme met milde hand te lenen.
Gewaarschuwd wordt voor de lage gedachte niet te geven met het oog op het a.s. sabbatsjaar, het jaar van kwijtschelding van schulden…
“Ge zult uw hand wijd openen…” Dus niet dat bekrompen, dat benepen geven!
Niet de afkoopsom, nee, met mildheid geven, want zo mag de Schepper van hemel en aarde worden uitgebeeld! Deze God is immers ook niet karig, maar rijk aan goedertierenheid!

8.    De tweede aansporing om ruimhartig te geven heeft rabbi Paulus ontleend aan Spreuken 22: “Wie vriendelijk van oog is, die wordt gezegend, omdat hij de behoeftige van zijn brood geeft.”
Of zou Paulus het boek gekend hebben dat uiteindelijk niet in de bijbel is terechtgekomen? Ik bedoel het boek van Jezus Sirach, waar we lezen: “Breng elke gave met een blij gezicht en heilig de tienden met vreugde!”
Hoe het zij, Paulus heeft gelijk: geven doe je niet gedwongen, omdat je niet anders kunt. Geven om reclame te kunnen maken voor jouw gulheid deugt evenmin.
Nee, je geeft, omdat je mag en kunt geven! Het is geven vanuit de gedachte van de dankbaarheid: “God heeft het mij geschonken, geprezen zij zijn Naam. Ik mag doorgeven en doe dat met een blij hart omdat ik God daarmee dienen mag!” Daarbij mag de linkerhand niet weten wat de rechter doet, zo leert Jezus in de Bergrede, Matth. 6.

9.    Voor ons is de gedachte van de diaconale gave gewoonte geworden.
Wij weten niet beter, al zullen we het vandaag maar niet hebben over de hoogte van de bedragen die aan de diaconie geschonken worden.
Als u goed kunt rekenen is het een koud kunstje om uit te rekenen wat per dienst en per gemeentelid gegeven wordt. Daar blijkt m.i. niet direct een blijmoedig geefgedrag uit. Al is het ook weer waar dat een onbekend gedrag gegeven wordt aan diaconale doelen buiten de diaconie om. Maar daar gaat het nu niet om.
Belangrijker is dat Paulus, op grond van de Torah, de christenen uit de heiden heeft leren geven voor de diaconie.
Daarin was hij volkomen nieuw voor zijn tijd. Met verwondering hebben niet-gelovigen daarnaar gekeken, naar deze spaarpenningen van de godsvrucht. Die kende men niet en in vele landen is diaconie nog steeds een onbekend gegeven.
Moge dan het werk van de diaconie ook in onze tijd gezegend worden, zó, dat God daarvoor de eer ontvangt.
Een blijmoedige gever. Bent ú dat? En jij?
Een blijmoedige gever is de mens die zijn hele leven stelt in de dienst van Hem die ons diende met zijn Zoon. Een blijmoedige gever is als die weduwe.
Zo krijgt geld, bezit en rijkdom ons toevertrouwd de juiste plaats.
Daarom is het goed om straks te zingen, na de geloofsbelijdenis:

            Geef mij een hart dat U met vreugde groet,
geef mij verstand – daar zal ik wel bij varen -,
dat ik niet haak naar zilver, goud en goed,
niet gretig schatten om mij heen vergare.
Als Gij de weg der wet mij weten doet,
dan zal ik die ten einde toe bewaren.

Op de weg der wet wandelen blijmoedig gevers, samen met de diakenen.

Amen

Ds. A. van der Ploeg

De liturgie:

* Intochtslied  ps. 68 : 2
* Votum / Groet
* Loflied  gz. 479 : 1, 3, 4
* Gebed om de opening van het Woord
* Schriftlezing  Deut. 15 : 1 – 11
* Zingen  ELB 401 : 1
* Schriftlezing  2 Kor.  9 : 1 – 15
* Zingen  ELB 401 : 2, 3
* Preek
* Zingen  gz. 474 : 2 ,3
* Credo
* Zingen  ps. 119 : 14
* Dankgebed en voorbede
* Inzameling van de gaven
* Zingen   ZG 223 : 1, 3
* Zegen (gemeente: 3x Amen)

ELB = Evangelische Liedbundel

Print Friendly, PDF & Email