Meditatie: De akker van de kerk (Matth. 13: 25)

‘En als de mensen sliepen, kwam zijn vijand, en zaaide onkruid midden in de tarwe, en ging weg’ (Matth. 13: 25)

De zichtbare Kerk wordt ons voorgesteld als een gemengd lichaam; het is een uitgestrekte ‘akker’ waarop ‘tarwe en onkruid’ naast elkaar opschieten. We moeten ervan uitgaan dat we in elke groepering gedoopte mensen een mengeling van gelovigen en ongelovigen, bekeerde en onbekeerde mensen, ‘kinderen van het Koninkrijk en kinderen van de boze’ zullen tegenkomen.
Hoe zuiver de prediking van het Evangelie ook is, dit is niet te voorkomen. Over welke tijd we het ook hebben, zo hebben de zaken er in de kerk altijd voorgestaan: dat hebben de oudvaders ervaren; dat hebben de hervormers ervaren; dat hebben de beste predikanten die er momenteel zijn ervaren. Er is nooit een zichtbare kerk of een religieuze groepering geweest waarvan de leden allemaal ‘tarwe’ waren. De duivel, onze grootste vijand, heeft er altijd op toegezien dat er ook onkruid werd gezaaid.
Hoe strikt en wijs de tucht ook is, dit is niet te voorkomen. Van welk kerkgenootschap we ook zijn, we merken allemaal dat dit zo is. Wat we ook doen om een gemeente te zuiveren, we zullen er nooit in slagen er een volmaakt zuivere gemeenschap van te maken. Tussen de tarwe zal onkruid worden aangetroffen; huichelaars en bedriegers zullen ongemerkt binnendringen. Maar het allerergste is nog wel dat wij, als wij extreme maatregelen nemen om zuiverheid te bereiken, meer kwaad dan goed doen. We lopen dan het risico dat we menig Judas Iskariot aanmoedigen en menig ‘gekrookt riet’ verbreken. In onze ijver om het onkruid te wieden, lopen we het gevaar ook de tarwe uit de grond te trekken. Een dergelijke ijver is niet in overeenstemming met wat de Bijbel ons leert en heeft vaak veel schade aangericht. De mensen die er zich niet om bekommeren wat er met de tarwe gebeurt, zolang zij maar het onkruid uit de grond kunnen trekken, laten nauwelijks merken dat zij de gezindheid van Christus hebben. Er gaat per slot van rekening een diepe waarheid schuil in de milde uitspraak van Augustinus: ‘De mensen die vandaag onkruid zijn, zijn morgen misschien tarwe’.

John Charles Ryle (1816-1900), bewerkt Ds. M. Klaassen

Print Friendly, PDF & Email