Meditatie: Troost en goede hoop. (ds. T. Meijer)

Troost en goede hoop

2 Thessalonicenzen 2:16 en 17.
En Hij, onze Here Jezus Christus, en God, onze Vader, die ons heeft liefgehad en ons eeuwige troost en goede hoop door zijn genade verleend heeft, 17 trooste uw harten, en make ze sterk in alle goed werk en woord.

Wanneer je op een dag te horen krijgt dat je kanker hebt dan stort je wereld in. Dit is mij, aan het begin van dit jaar overkomen. Na die mededeling ben je lam geslagen en weet je niet waar je het zoeken moet. Waar is dan nog troost te vinden? Bij mensen? Ze komen met goed bedoelde woorden, maar je hebt van die dagen dat de woorden niet aankomen . Je wordt er niet door bemoedigd.  Waar is dan wel troost te vinden en goede hoop wanneer je leven op de kop staat?

Jezus zegt in de Bergrede: “Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden”  Jezus draait er niet omheen. Er gebeuren vele dingen in ons bestaan waar we verdriet om hebben. We kunnen er toch allemaal over meepraten over het gemis van een dierbare of de zorg om de gezondheid. Kan een mens dan nog wel getroost worden?  Misschien herkennen wij ons meer in de houding van Jacob. Hij was ontroostbaar toen hij de mantel vol bloed zag van zijn dood gewaande zoon Jozef. Rachel huilde vanwege haar vermoorde kinderen en Job om het bittere leed wat hij te dragen kreeg. Maar ook kunnen wij ons zorgen maken om de wereld om ons heen. Denk maar aan de onrust in het Midden Oosten. En denk maar aan onze broeders en zusters die om hun  geloof worden vervolgd. We vragen ons wel eens af of er ooit voldoende ruimte zal komen voor het Evangelie in Moslimlanden.  Hoe kunnen wij ooit getroost wanneer wij moeten treuren?  

Voor Paulus lijkt dit geen vraag te zijn. Hij schrijft aan de gemeenteleden in Thessaloniki die moeten leven onder de zware vervolgingen om hun geloof in God. Paulus roept de gemeente op om vol te houden en dat doet hij door te wijzen op God die ons heeft lief gehad. Zo lief dat Hij Zijn Zoon liet sterven aan het kruis op Golgotha. Zo schenkt God ons eeuwige vertroosting en goede hoop. Eeuwige troost is niet voor een korte tijd maar onbeperkt. Dat betekent dat het ons nooit zal ontbreken aan Zijn nabijheid, zelfs niet bij het naderen van de dood.  Ook de Heidelberger catechismus spreekt over de eeuwige troost. De catechismus vraagt aan ons: waar ligt mijn enige troost in leven en sterven.  Het antwoord luidt:  dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom ben, van mijn trouwe Heiland Jezus Christus. Met dit antwoord laat de catechismus ons zien dat hier over een andere troost wordt gesproken dan waar wij normaal over spreken. De catechismus wijst ook op de bron waar alle leed en ellende vandaan komt. Bij de schepping was alles volmaakt. Adam en Eva hadden geen troost nodig. Pas na de breuk met God kwam het verdriet in de wereld. Adam en Eva hadden gebroken met God, maar God brak niet met de mens. Daarom is het mijn enige troost in leven en sterven dat God mij kent ondanks mijn fouten en gebreken.  Het is mijn enige troost dat ik mij eigendom mag weten  van mijn trouwe Heiland Jezus Christus.   

Konden de vervolgde Christenen in Thessaloniki troost putten uit Paulus woorden? Worden de vervolgde christenen in Egypte en Syrië met deze woorden getroost?  Kon ik op mijn ziekbed hiermee vooruit? Nee, daar is meer voor nodig. Daar hebben wij de Heilige Geest bij nodig. De Geest die van de Vader en van de Zoon uitgaat. In het Johannes evangelie wordt de Heilige Geest de Trooster genoemd. In het Grieks, de Parakleet,  dat letterlijk: de erbij geroepene betekent.  In de Bijbel zegt je naam wie en wat je bent. Zo ook hier. De Heilige Geest wordt onze Trooster genoemd omdat Hij troost schenkt aan de mens die moet lijden. Troosten doe je door naast iemand te staan, niet er boven. Wanneer de Heilige Geest erbij geroepen wordt komt Hij naast ons staan  en spoort ons aan om vol te houden.  Hij troost en zet ons weer op het juiste spoor en schenkt ons goede hoop. Goede hoop in deze hopeloze wereld. Hoop voor mensen die ziek zijn of verdriet moeten dragen. Zo wil God, in Zijn Geest,  de mens nabij zijn  die gebukt gaan onder moeite en verdriet. Hij wil er bij geroepen worden door het gebed.

Laten wij vooral  de kracht van het gebed niet onderschatten. Het gaf mij troost en kracht dat een biddende gemeente om mij heen stond. Tijdens mijn ziekte voelde ik mij gedragen door de kracht van het gebed. God laat geen bidder staan en Hij kan wonderen doen. Ook dit heb ik mee mogen maken. Na een jaar van kuren en een operatie ben ik kankervrij verklaard. Op de vraag waarom de één wel geneest en de ander niet  heb ik ook geen duidelijk  antwoord. maar Jezus helpt ons wel op weg. In Kapernaum geneest Jezus een zieke man en even later de  schoonmoeder van Petrus. Deze wonderen gaan als een lopend vuurtje door de streek rond. Talrijke zieken dringen bij Jezus aan en smeken om genezing. Maar Jezus vertrekt uit Kapernaum. Op de vraag van Zijn leerlingen waarom Hij vertrekt en niet alle zieken geneest zegt Jezus: om te prediken ben ik uitgegaan. (Markus 1: 38)  Zijn taak op aarde was de verkondiging van het Evangelie. De wonderen dienden, met alle eerbied gezegd,  als plaatjes voor bij de preek. Het Koninkrijk van God is nabij  gekomen. Met andere woorden houd goede moed! Er komt een dag dat God alle dingen nieuw maakt en dat er een einde komt aan alle moeiten en verdriet. Er komt een dag dat  God alle tranen uit onze ogen zal weg vegen. Alles wat ons verdriet gedaan heeft doet Hij weg. En op weg daar naar toe schenkt Hij ons troost en goede hoop.

Ds. T. Meijer

Print Friendly, PDF & Email