Meditatie: HET GOEDE TOEGEBEDEN!

HET GOEDE TOEGEBEDEN!

“Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien?
Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, HEERE! ”
Ps. 4:7

        Hoe kijkt u tegen het jaar onzes Heeren 2014 aan? Bent u misschien met angstige vragen bezig? Draagt u eenzaam leed en stil verdriet? Bent u wel eens moedeloos? Denkt u wel eens: Hoe moet ik toch de dag, de week, de maand, het jaar doorkomen? Hoe zal het gaan met mijn bedrijf in zo’n crisistijd op de financiële markt? Zou ik m’n werk kwijt raken? Zouden we al die vragen die zich aan ons opdringen samen kunnen vatten met de beginwoorden van bovengenoemde tekst: “Wie zal ons het goede doen zien?” In deze psalm is David ook bezig met die vraag van velen. Hij was ook een mens van gelijke bewegingen als wij. De zorgen van het leven zijn ook niet langs hem heengegaan.

        Het is echter de vraag wat wij met dat goede bedoelen. Voor velen is het goede voorspoed en welvaart. Dat we wat te verteren hebben. Dat we gezond zijn, slapen kunnen, een borreltje kunnen nemen op z’n tijd en wat gezelligheid om ons heen hebben. We menen het goed te hebben, als deze begeerten vervuld zijn. Daar slooft men zich voor uit. Maar hoe lang?

        Ik veronderstel dat de lezers van de website beseffen dat niets van alles waar de mensen zich hier zo druk over maken blijvend is. Alles hoe schoon ook zal eenmaal vergaan. Hoe reageren we daarop? Sommigen pogen te vluchten voor de harde werkelijkheid van dit bestaan. Men probeert zo weinig mogelijk met het leed in aanraking te komen. Anderen leggen zich er gelaten bij neer. Je moet je maar flink proberen te houden. Weer anderen berusten erin. Ze schikken zich een beetje in de gegeven omstandigheden. Het wordt je van geen mensen aangedaan, hoor je ze zeggen. Er zijn ook mensen die opstandig worden en de vuisten ballen.

        Zijn er ook nog gevouwen handen? Bij David wel! Hoor hem bidden: “Verhef over ons het licht van uw aanschijn, HEERE!” David heeft door Gods genade andere gedachten over het goede. Het gaat hem niet alleen om levensonderhoud. David bidt in deze psalm óók niet om een goede afloop van de strijd, waarin hij verkeert. Er is iets veel hogers, veel rijkers. David bidt of de HEERE Zijn aangezicht over hem wil verheffen! Eigenlijk heeft hij dit gebed niet alleen gebeden voor zichzelf, maar ook voor anderen. ‘Verhef over óns het licht van uw aanschijn, HEERE!’ Leven van Gods genade veroorzaakt ook een gunnend hart voor anderen.

        Het zal ons duidelijk zijn dat hier van beeldspraak gebruik gemaakt wordt. Het aangezicht van de HEERE duidt Gods tegenwoordigheid aan. Maar het betekent nóg meer! Een gezicht is immers iets heel wezenlijks. Met het gezicht zie je, hoor je, ruik je en proef je. God aanschouwt de moeite en het verdriet óók, hoort het geroep van de ellendige óók, ruikt het gebed wanneer dat als een welriekende geur tot Hem opstijgt en proeft de nieren. Van het gezicht is óók veel af te lezen. Je kunt eraan zien of iemand blij, verdrietig of boos is. Een gezicht spreekt boekdelen. Zou dan niet dát het goede zijn, als we mogen merken onder de bediening van het Woord bijv. dat God in Christus met vriendelijke ogen naar ons kijkt?

        Het woord aangezicht komt in het Hebreeuws van een werkwoord dat ‘toewenden’ betekent. Als je daarom merkt dat het aangezicht van God boos van ons afgewend of voor ons verborgen wordt, is dat vreselijk. Dan wordt je aan je lot overgelaten. Je voelt je geestelijke verlaten. Dat gaat dwars door je ziel heen. Verberging van het aangezicht van de Heere is bitterder dan de dood. We lezen van David in een andere psalm: “Toen U Uw aangezicht verborg, werd ik verschrikt.” Hij was nergens meer. Hij weet ervan wat het betekent.

        Het gezicht toewenden betekent dus hulp, redding. Verheffing van Gods aangezicht over ons is daarom zoeter dan het leven. God wil in Christus Zijn aangezicht naar ons toewenden. Aan het begin van het nieuwe jaar buigt Hij Zich naar u en jou toe. Hij openbaart Zich vanuit Zijn Woord als Degene Die een Redder en Zaligmaker van zondaren wil zijn. Mag Hij dat voor u zijn? Is dat hét goede voor u en jou? David bidt om dát goede! De Heilige Geest wil die bede aan het begin van het nieuwe jaar ook op onze lippen leggen: “Verhef over ons het licht van Uw aanschijn, HEERE!”

        Het lícht van Gods aangezicht doet ons in het groot en in het klein wel een gebroken wereld zien door de zonde. We leren onszelf door dat ontdekkend licht kennen als een verloren zondaar. Waar moeten we dan heen? Wie zal ons het goede doen zien? Naar de HEERE met de bede: “HEERE, wilt U om Christus’ wil mij uit genade aannemen, mij voor rekening van U nemen? Mag ik U toebehoren naar lichaam en ziel, in leven en sterven? Dat weegt op tegen alles wat ik eventueel aan moeite en zorg mee zal moeten maken.” Dat is hét goede! Dat is het állerbeste!
Dat goede bidden wij u toe in het jaar onzes Heeren 2014.

Ds. H. Roseboom, Kesteren.

Print Friendly, PDF & Email