Meditatie: een God van nabij

Ben Ik een God van nabij, spreekt de HEERE, en niet een God van verre?
Jer. 23 – 23

Is het u heden wellicht donker en schijnt het of alles samenspant om het u moeilijk te maken?
Voelt ge u wellicht eenzaam en schijnt het, of alle mensen, op wie u rekende, u in de steek laten?
Kwam het u zelfs wel bij ogenblikken voor, alsof God u verliet?

Het Woord van de Heere wijst u de weg uit de duisternis, toont u de Helper in moeilijkheid en heft, zo u maar wilt, uw gevoel van eenzaamheid op.

Ben Ik een God van nabij en niet een God van verre?
Zo vraagt de Heere zelf ons heden, als wil Hij ons het ongerijmde aantonen van ons gevoel van verlatenheid.

Zou er een plekje zijn op de aardbodem, waar Ik niet was?
Zou er een duisternis zijn, waar Mijn blik niet doordringt?
Zou er een mensenhart zijn verlaten, gesloten, ellendig afgedwaald, tegen Mij verhard, aan Mijn gemeenschap vervreemd, dat Ik niet zou weten te vinden?

Alzo vraagt de Heere aan een ieder van ons, die op enigerlei wijze dit troostwoord behoeft, en wij vertroosten elkaar met deze herinnering en dragen de boodschap verder. God is nabij en niet verre van elk onzer, waar hij of zij zich ook bevind.

       O God, U bent mijn Steun
       Mijn Troost, mijn Hoop, mijn Vader.
       Ik stel geheel mijn lot,
       gerust in Uwe Hand.
       Breng mij langs Uwen weg,
       het doel des levens nader.
       En wees mijn trouwe Gids,
       naar het beter Vaderland.

Print Friendly, PDF & Email