Samenvatting/Preek over Jesaja 33-17. Ds. Den Boer

Ds. L.W. den Boer

Link: Kerkdienst/Preek over Jesaja 33-17

Link: Preekschets/Samenvatting van de prediking op zondagmorgen 29 november 2015.

Psalm 150 : 1
Psalm   45 : 1
Psalm   15 : 1 en 2
Psalm   56 : 1 en 4
Psalm   17 : 5 en 8
Psalm   72 : 4 en 11
Schriftlezingen:
2 Koningen 18 : 13 – 17
Jesaja 33 : 1 en 7 – 24
Johannes 17 : 24
Tekst: Jesaja 33 : 17
Thema: Het zicht van advent

Samenvatting en Preek over 1 Joh. 5 : 4. Ds. Den Boer

Link:  Prediking: 1 Johannes 5 : 4a  ‘Over overwinning gesproken’

Link: Preekschets/samenvatting van de prediking (zondagavond 15 november 2015)

Liturgie:

Psalm   45 : 1
Psalm   45 : 2
Psalm   65 : 2
Psalm 140 : 1, 7 en 13
Psalm   18 : 12
Psalm 118 : 8
Schriftlezing: 1 Johannes 2 : 12 – 17; 4 : 1 – 5; 5 : 1 – 5
Tekst: 1 Johannes 5 : 4
Thema: Over overwinning gesproken

Meditatie: geladen woorden

GELADEN WOORDEN

Alle dingen zijn mij mogelijk door Christus, Die mij kracht geeft  (Fil. 4: 13). 

Ik luister naar woorden die klinken uit de gevangenis. Ik geloof echter mijn eigen oren niet. Kort en goed komen die woorden van de gevangen Paulus immers hierop neer: ‘Ik kan alles’… 

Die drie woorden van de apostel Paulus zetten mij aan het denken. Wat een spierballentaal, zeg. Blijkbaar heeft Paulus nog niet zo bijster veel geleerd in het leven. Het klinkt eigenlijk best arrogant. Het moet je allemaal maar eens bij de handen afbreken…

Het verband van de tekst tempert mijn irritatie echter enigszins. Die Paulus geeft namelijk aan wel degelijk iets geleerd te hebben in het leven: ‘In elk opzicht en in alles ben ik ingewijd, zowel in verzadigd te zijn als in honger te lijden, zowel in overvloed te hebben als in gebrek te lijden’ (12). Verder klinken de tekstwoorden toch weer heel anders wanneer ik bedenk dat ze zijn opgeschreven in de gevangenis…

Wat bedoelt deze gevangen apostel dan met deze op het eerste gehoor toch wat stoer klinkende woorden?

Het zijn woorden uit het leven gegrepen. Ik hoor hem namelijk zeggen, dat hij geleerd heeft om tevreden te zijn in de omstandigheden waarin hij verkeert (11). Nee, dan gaat het niet slechts om de aangename omstandigheden. Paulus wil mij niet op de mouw spelden dat christen-zijn één grote successtory is. Die woorden uit de gevangenis beslaan kennelijk het leven in zijn volle breedte. Ze gaan over het leven met zijn hoogten en zijn diepten.

Opeens bedenk ik: Die op het eerste gehoor toch wat stoer klinkende woorden bevatten dan ook voor mij een actuele boodschap…

Het Griekse werkwoord voor ‘kunnen’ is afgeleid van het Griekse woord dat vertaald wordt met ‘kracht’. Eerlijk is eerlijk: Bij een oppervlakkige lezing lijkt het erop dat Paulus beschikt over een of andere innerlijke krachtbron waarover hij beschikking heeft in welke omstandigheid dan ook. Niets is echter minder waar. De woorden uit de gevangenis brengen mij immers op het spoor van die krachtbron. Ik luister immers verder: ‘Alle dingen zijn mij mogelijk door Christus Die mij kracht geeft’. Die krachtbron is dus een persoon: Het is de opgestane Heere.

Dat verandert de zaak. Die woorden uit de gevangenis zijn gespeend van elke vorm van hoogmoed en arrogantie. De apostel doet eigenlijk maar één ding: Hij geeft hoog op van Zijn Zaligmaker. En van Zijn kracht. In de gedurige gemeenschap met Hem mag hij die kracht steeds weer opdoen. En dat met het oog op alle levensomstandigheden: hoogtepunten en dieptepunten. Niet: Ik kan alles. Maar: Hij kan alles.

Ik leg mijn leven naast het leven van Paulus… Het is totaal anders en toch zijn er zoveel overeenkomsten. Ook ik mag mijn hele leven in de gedurige gemeenschap met mijn Zaligmaker. Om voortdurend hoog op te geven van Hem. Niet ik, maar Hij! Elke dag en in alle omstandigheden…

Die woorden uit de gevangenis zijn echter ook geladen woorden. Geladen met de opstandingskracht van Christus. Die kracht dringt mij om tevreden te zijn. Nee, dat heeft niets te maken met een doffe berusting. Die opstandingskracht van Christus dringt mij om het uit te houden. Zowel op hoogtepunten als in dieptepunten. Ik houd het uit door mij in de allereerste plaats rijk te rekenen met Hem. De opgestane Christus werpt zo een schaduwzijde over alle zegeningen in mijn leven. Hoe gezegend ik mij ook weet; ik weet mij bovenal gezegend door Hem. Tegelijkertijd werpt de Opgestane een lichtglans over alle zorgen in mijn leven. Niets zal mij scheiden van Zijn grote liefde.

Het geheim van het leven van Paulus is dat zijn leven een voortdurende Paasviering is…

Ik heb die woorden uit de gevangenis meer dan ooit nodig. Die geladen woorden dringen mij om de gemeenschap met Christus meer dan ooit te oefenen. Om zo steeds aangesloten te zijn op de krachtbron. En dat tot volle tevredenheid!

Ds. L.W. den Boer.

Meditatie: een gebed om zekerheid

Een gebed om zekerheid
Leid mij op een rotssteen, die mij te hoog zou zijn (Psalm 61: 3b).

David bidt.

David verlangt naar leiding in zijn leven. David is op zoek naar een rotssteen.

De leiding waarnaar David verlangt zou hem op die rotssteen moeten brengen.

Een rotssteen staat symbool voor zekerheid.

Ik moet denken aan de gelijkenis over het huis op het zand en het huis op de rots. In tegenstelling tot het huis op het zand staat het huis op de rots: Onwankelbaar vast.

Geen twijfel mogelijk. Zo zeker als het maar zijn kan.

Een rotssteen staat symbool voor zekerheid.

Leid mij op een rotssteen…

David verlangt naar een rotssteen. Naar een fundament. Naar grond onder de voeten.

David is op zoek naar zekerheid. Wie eigenlijk niet?

Een mens wil de dingen in de vingers hebben. Een mens wil grip op de dingen hebben. Een mens wil weten waar hij of zij aan toe is.

Als het erop aankomt zijn er niet zo veel zekerheden… Als het erop aankomt vallen er ontzettend veel zekerheden weg…

David denkt bij de rotssteen aan niemand minder dan God Zelf. David bidt immers in het volgende vers: ‘Want Gij zijt mij een Toevlucht geweest, een sterke Toren voor de vijand’.

God is voor David als een rotssteen. God is voor David het fundament van zijn bestaan. God is voor David de grond onder zijn levenshuis.

Davids levenshuis is niet op zand gebouwd. Davids levenshuis is gebouwd op de rots.

Het is opvallend dat David in dit gebed juist vraagt om weer op de rotssteen geleid te worden.

Er zijn blijkbaar omstandigheden in zijn leven gekomen waardoor de dingen anders zijn gegaan. Met alle gevolgen van dien…

Opeens mist David die rotssteen. Opeens heeft David geen zekerheid meer. Opeens is David de grond onder zijn levenshuis kwijt.

Het gebed van David is een eerlijk gebed. David brengt zijn onzekerheid bij God.

David is niet degene die nu zelf allerlei zekerheden gaat creëren. David is ook niet degene die zijn onzekerheid gaat overschreeuwen. Zo van: ‘Niemand doet me wat!’

Ondanks het gemis van die rotssteen blijft David geloven dat God het fundament van zijn leven is.

Al mist hij voor zijn gevoel dan alle zekerheid. Al lijkt het erop dat zijn levenshuis eerder op het drijfzand dan op de rotsgrond gebouwd is.

Dit is het geloof op zijn best: Ondanks alles vasthouden aan God.

Ik denk trouwens dat dit gebed van David zeker verhoord is. Het kan niet anders of David is door leiding van hogerhand weer op de rotssteen geleid.

Na Psalm 61 komt immers Psalm 62. Luister maar:

Immers is Hij mijn Rotssteen en mijn Heil, mijn Hoog Vertrek, ik zal niet grotelijks wankelen (62: 3). Hij is immers mijn Rotssteen en mijn Heil, mijn Hoog Vertrek; ik zal niet wankelen (62: 7). In God is mijn Heil en mijn Eer; de Rotssteen mijner sterkte, mijn Toevlucht is in God (62: 8).

David heeft ook mij iets te zeggen: Vertrouw op Hem te aller tijd, o gij volk! Stort ulieder hart uit voor Zijn aangezicht; God is ons een Toevlucht (62: 9).

Het lijkt er een beetje op dat David weet dat het ook vandaag voor kan komen dat zomaar opeens de onzekerheid in het leven toeslaat.

Ik heb niets meer in de vingers… Ik heb geen grip meer op de dingen… Ik weet niet meer waar ik aan toe ben…

David wijst mij in deze situatie de weg. David adviseert mij op zijn voorbeeld op te volgen. Om op God te vertrouwen. Om mijn hart voor Hem uit te storten. Kortom: om het gebed te bidden: Leid mij op een rotssteen die mij te hoog zou zijn.

Om op deze wijze het geloof te beoefenen. Net als Jakob: Ik laat U niet gaan, tenzij Gij mij zegent.

David en alle gelovigen beschikken niet over de Rotssteen… Uiteindelijk is dat maar goed ook.

Gelukkig is het precies andersom: De Rotssteen beschikt over David en over alle gelovigen.

Hij is de Rotssteen Wiens werk volkomen is.

Ds. L.W. den Boer